De onderwijsvrijheid staat serieus op de tocht: spraakmakend interview met prof. dr. P.H.A. Frissen in GezinsGids

Chris-Jan de Leeuw interviewde prof. dr. P.H.A. (Paul) Frissen voor het Winternummer van GezinsGids. Frissen deed een aantal relevante opmerkingen voor het christelijk reformatorisch onderwijs. Hieronder een samenvatting:

Frissen doet zijn naam eer aan. Met open vizier en frisse blik gooit hij regelmatig een welgemikte knuppel in het hoenderhok van bestuurlijk Nederland. Hoe denkt hij over het gedaalde vertrouwen in de overheid? En over de tanende ruimte voor christelijke opvattingen? Prof. dr. Paul Frissen: „We moeten de waarde van het verschil beschermen.”

Onbehaaglijk gevoel

Een overheid die burgers vermaalt, media die tegenstellingen aanwakkeren en dan is er ook nog eens afnemend begrip voor minderheden: het zorgt in reformatorische kring voor een onbehagelijk gevoel.
Als het woord ‘reformatorisch’ valt, licht er herkenning op in de ogen van Frissen. „Die hoek fascineert mij, als katholieke jongen. Zo veel verschil binnen zo’n kleine groep. Wat me aanspreekt in met name de SGP-kant is dat ze je niet proberen te bekeren. Er is altijd debat mogelijk.”
De interesse komt van twee kanten: Frissen wordt regelmatig gevraagd in onze achterban. Zo sprak hij een tijd geleden voor een reformatorische studentenvereniging. Frissen, met een lach: „Ik werd zelfs uitgenodigd voor te gaan in gebed. Daar heb ik maar voor bedankt.”
De wederzijdse band heeft alles te maken met Frissens kritische houding tegenover het liberale, seculiere denken. In zijn laatste boek schilt hij bijvoorbeeld een appeltje met voltooid leven. „Vanuit politiek-filosofisch perspectief zeg ik: we hebben afgesproken dat het geweldsmonopolie bij de overheid ligt, maar bij voltooid leven besteden we het geweld opeens uit aan professionals. ‘Dit is toch geen geweld’, zeggen ze dan. En dan antwoord ik: ‘Een mens doden is de ultieme vorm van geweld’. D66 is op dit punt trouwens niet consequent. Bij voltooid leven moet je zelf over je lichaam kunnen beslissen, bij orgaandonatie is je lichaam juist van de staat.”

Secularisatie

Logisch of niet, de ontwikkelingen gaan door. Dat geldt op veel voor christenen sacrale terreinen. „In Nederland leeft de gedachte dat taboes er zijn om doorbroken te worden. We achten onszelf er hoog om. Dat is antropologisch onzinnig. Een samenleving kan alleen maar bestaan dankzij taboes: door verboden te hebben, door te definiëren wat je als onbegaanbaar beschouwt.” Toch moeten er zo veel mogelijk verbodsbordjes weg. Misschien omdat veel van die bordjes uit godsdienstig hout gesneden zijn. De meerderheid heeft daar weinig tot niets meer mee, dus gebeurt het ook. „Nederland is radicaal geseculariseerd en de overheersende gedachte in ons land is dat religie gaat verdwijnen. Daar liggen weer normatieve gedachten onder: als je maar slim genoeg bent, ben je niet meer religieus.”
Toch zit godsdienst nog diep in de poriën, stelt Frissen. „Nog steeds is religie van grote betekenis. Kijk naar hoe het maakbaarheidsdenken in onze genen verankerd is: Nederland lijkt tot op de vierkante millimeter georganiseerd. Eigenlijk is dat iets heel protestants. Al die seculiere ambtenaren denken: als we alles maar precies genoeg opschrijven, gaat de wereld er zich naar gedragen. Hierin zie je dat het protestantisme – als religie van het Woord – onze cultuur heeft gestempeld: we hebben het idee dat we met woorden de wereld kunnen veranderen.”

“De onderwijsvrijheid staat serieus op de tocht” – prof. dr. Paul Frissen

Hoofddoekjes in de grachtengordel

In Nederland mag dan de gedachte domineren dat religie iets van het verleden is, als je uitzoomt zie je dat het omgekeerde het geval is. „Wereldwijd neemt de rol van religie juist toe. De Nederlandse situatie is dus tamelijk afwijkend.
Neem de rooms-katholieke kerk. Ik heb een huis in Italië en als ik daar ben, ga ik weleens naar de kerk. Dan zie je dat die kerk wereldwijd alleen maar groeit. Al hebben ze één probleem: het aantal mensen dat priester wil worden, is te laag.”
Al is er ook in Nederland een stok gekomen tussen de spaken van het seculiere denken: de introductie van de islam. „Religie was iets geworden van de periferie, van het platteland. Maar toen verschenen er opeens hoofddoekjes in de grachtengordel. Onze samenleving raakte in verwaring.”
Indirect zorgt dat ook voor christenen voor klimaatverandering. Het wordt guurder. Vrijheid van onderwijs begon een spannend thema te worden. „Opeens werd er vanuit een heel andere richting gebruik van gemaakt.”
Dat vraagt om actie, want draagt de onderwijsvrijheid zo niet bij aan segregatie van de samenleving? Natuurlijk, iedereen moeten kunnen geloven wat hij wil, maar een beetje sturing van hogerhand om de boel bij elkaar te houden, kan geen kwaad. „We doen in Nederland alsof we vóór verschil zijn, maar eigenlijk vinden we dat heel ingewikkeld. Seculieren zeggen dat ze pluraliteit in de samenleving belangrijk vinden, maar intussen willen ze in instituties juist meer eenduidigheid.
Kijk naar het vrijheidsbegrip van D66. In de praktijk is dat alleen vrijheid voor degenen die het met hen eens zijn. Nou, dan is het wel heel makkelijk om vrijheid toe te juichen. Nee, dat is geen tolerantie. Tolerantie is het verdragen van het onverdraaglijke. Vrijheid betekent juist dat je scholen ruimte biedt om dingen te onderwijzen die jou niet bevallen.”

“Vrijheid betekent juist dat je scholen ruimte biedt om dingen te onderwijzen die jou niet bevallen.” – prof. dr. Paul Frissen

Staatspedagogiek

Op dit punt kraakt en schuurt het. Het is wachten tot het barst. „De politieke meerderheid heeft weinig affiniteit met onderwijsvrijheid voor mensen met een totaal andere opvatting.”
De onderwijsvrijheid staat dan ook serieus op de tocht. „Het gebeurt niet heel openlijk, maar in het laatste rapport van de Onderwijsraad kun je dat wel degelijk tussen de regels door lezen – en dat terwijl de Onderwijsraad juist is opgericht om die vrijheid te beschermen, om staatsonderwijs te voorkomen. Als er een politieke meerderheid is, gaat er echt iets gebeuren. Dat gevaar is zeer reëel.”
De voorzichtige koerswijziging gaat gehuld in de gedaante van ‘aandacht voor gelijke kansen’. „Maar er zit een agenda achter: afschaffing van de vrijheid van onderwijs. Ik zeg weleens plagerig in D66-kringen: ‘Wat jullie willen, is eigenlijk staatspedagogiek’.”
Het spitst zich toe in het verplichte vak burgerschapsvorming. Frissen is daar kritisch op.
„Burgerschap gaat over de relatie van de burger ten opzichte van de overheid. Dat is dus een eenzijdige verhouding. De overheid heeft het recht niet om daarover uitgesproken opvattingen voor te houden.”

-“D66 wil eigenlijk staatspedagogiek, dit uit zich in het verplichte vak burgerschapsvorming”- prof. dr. Paul Frissen

Verzet

Staatspedagogiek. Een dwingende, uniforme visie van de overheid. Het klinkt bedreigend. „Dat is het ook. Maar de beste manier van omgaan met bedreigingen is je ertegen verzetten. Een beetje zelfbewustheid op dit gebied is nodig.”
Allereerst gaat het om verbaal verzet. „Verdedig de vrijheid van onderwijs met argumenten. Leg uit waarom die vrijheid er is. Dat die vrijheid in de kern inhoudt dat ouders – en gemeenschappen die gedreven worden door een overtuiging – het recht hebben om hun kinderen onderwijs te bieden dat overeenkomt met hun opvatting.” Ja: recht. Want zo staat het gewoon in de grondwet, stelt Frissen. „Er is geen andere interpretatie van dat artikel mogelijk. En niet alleen dat die vrijheid er is, maar ook dat het met publieke middelen betaald moet worden en dat er niet te veel toezicht en voorwaarden mogen zijn.”
Toch wordt dit wetsartikel aan alle kanten uitgehold. „Het probleem is dat rechters in Nederland weinig mogen als het gaat om toetsen aan de grondwet. In Nederland is ervoor gekozen om die toetsing in het parlement te leggen.”
Maar de uitholling van artikel 23 krijgt juist vanuit het parlement gestalte. Dus moet er iets gebeuren, vindt Frissen. „Het wordt tijd dat de SGP en de ChristenUnie zich aansluiten bij een voorstel dat er nog ligt van oud-Kamerlid voor GroenLinks Femke Halsema. Zij heeft het plan op tafel gelegd om een constitutioneel hof op te richten. Zo’n hof toetst of nieuwe wetten niet in strijd zijn met de grondwet. Dat zou verdere uitholling kunnen voorkomen.”

Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, en hoogleraar Bestuurskunde aan Tilburg University,

Dit artikel is geplaatst na uitdrukkelijke toestemming van GezinsGids. Het volledige artikel is hier te lezen.
Tekst: C.J. de Leeuw
Beeld: Gerben Vat